Beaujolais, het zwarte schaap van de familie

Beaujolais: we kennen het vooral van de Primeur, die vanaf half november weer overal te vinden is. Roosvicee met alcohol, noem ik het altijd. Vroeger een ongekende hit, maar die tijd is voorbij. Toch komen er echt mooie wijnen uit deze zuidelijkste regio van de Bourgogne. Cru’s die aandacht verdienen. En die aandacht krijgen ze in de 13e klare wijn podcast: Beaujolais: het zwarte schaap van de familie!



De gedronken wijnen:

De wijnhuizen

De Beaujolais wijnen die we tijdens de podcast dronken komen van twee huizen: Domaine de Colonat en Jean Paul-Brun.

Allereerst wat over de wijnhuizen zelf. Colonat is afgeleid van het woord colon. Dit betekent dat de boer de grond die hij verbouwt in pacht heeft. In 1828 kocht de familie Collonge echter de grond van de toenmalige eigenaar en inmiddels zijn we 7 generaties verder. Het domein wordt beheerd door Christine en Bernard Collogne. Zij hopen ooit het wijngoed weer over te dragen aan hun zoon Thomas.

De wijngaarden liggen verspreid over een zestal dorpjes waar ze nog al liefst 5 van de 10 cru’s maken: Morgon, Fleurie, Moulin à Vent, Chiroubles en Régnié. Ze doen nog steeds alles zelf: de druiventeelt, de vinificatie van de wijn en de verkoop ervan op de markt. Er wordt op een ambachtelijke manier gewerkt. Hun filosofie is dan ook: “De ware rijkdom van een wijn ligt in de complexiteit ervan”.

--

Dan het wijnhuis van Jean-Paul Brun: Domaine Terres Dorées. Dit domein ligt helemaal in het zuiden van de Beaujolais in het postzegeldorpje Charnay en Beaujolais. Jean-Paul nam in 1979 het land over van zijn vader en bouwde dit uit tot een wijndomein. In het begin moest hij alles zelf doen. Zo moest hij zelf naar Parijs afreizen om daar zijn wijnen te verkopen aan restaurants en wijnwinkels. Geen makkelijke opdracht.

Inmiddels heeft hij een echt mooi wijnbedrijf neergezet en maakt hij prachtige wijnen die volgens velen tot de top van de Beaujolais gerekend mogen worden. Zijn wijngaarden liggen in de gemeenten Côte de Brouilly, Morgon, Fleurie en Moulin à Vent. Ook hij werkt op een ambachtelijke en natuurlijke manier (natuurwijn). Hij gebruikt alleen natuurlijke gisten en chaptaliseren komt niet in zijn woordenboek voor. Vandaar dat het alcoholpercentage in zijn wijnen aan de lage kant is. Hij gebruikt geen pesticiden, insecticiden en herbiciden of kunstmest. Hij voegt zo min mogelijk sulfiet toe en filteren doet hij niet. Door zijn aanpak verkrijgt hij zuivere, frisse en elegante wijnen.


Dan de wijnen die we dronken:

1. Chiroubles.

Chiroubles is de hoogst gelegen cru waarbij de hoogte op sommige delen wel boven de 700 meter kan liggen. De wijn heeft de bijnaam ‘lichtgewicht’. Dit omdat het een zeer fruitige wijn is met aroma’s van bloemen (lelie, violet en ook wel pioenroos) die snel gedronken dient te worden. Al binnen een jaar na de oogst. Het is de cru die als eerste zijn rijpheid bereikt. Het is een elegante wijn, maar erg jong. Daar moet je echt van houden, een kwestie van smaak zeg maar.

2. Moulin-à-Vent

De Moulin-à-Vent wordt beschouwd als de beste Cru du Beaujolais en wordt daarom de koning van de Beaujolais cru’s genoemd. Hij is als enige cru niet vernoemd naar een dorp. Het verwijst naar een antieke windmolen die allang niet meer in werking is en zijn wieken ooit had verloren. Deze zijn op een gegeven moment hersteld en weer teruggeplaatst. De molen ligt op de heuvel van het dorpje Romanèche-Thorins. De bodem bestaat uit roze graniet en bevat veel ijzer. Deze wijn is in goede oogstjaren zeker te vergelijken met een mooie Bourgogne. Net als de Morgon.

3. Morgon

De streek Morgon omvat een zestal dorpen, waarvan de belangrijkste Villié-Morgon is. Vandaar de naam. De wijnmakers uit deze regio gebruiken de naam Morgon ook om te verwijzen naar het werkwoord morgonner, hetgeen betekent dat deze wijn een middel is tegen gemopper en een slecht humeur.

Het wordt wel de rebel onder de Beaujolais cru’s genoemd. Als Moulin-à-Vent de meest gerenommeerde aristocratische Cru du Beaujolais wordt genoemd, dan is Morgon de meest rebelse van het hele stel. Dat behoeft enige uitleg. In de jaren 1970 ontdekte de wijnboer en biochemicus Jules Chauvet dat gisten die van nature op de druif aanwezig zijn, smaakvollere wijn opleverden dan gekweekte toegevoegde gisten. Maar de natuurlijke gisten bleven alleen in leven als er nagenoeg geen chemische middelen in de wijngaard en bij de vinificatie werden gebruikt. Hij schaarde een aantal medestanders achter zich die zich de Bende van Vijf noemden, ook wel Les fous du Beaujolais. Zij gingen geheel tegen de gevestigde orde in natuurwijn of vin naturel produceren. Deze bende is inmiddels uitgegroeid tot een 20-tal wijnboeren die alleen nog maar natuurlijke wijn wensen te produceren.

4 en 5. Brouilly en Côte Brouilly

Côte Brouilly ligt precies in het midden van het veel grotere gebied Brouilly, de meest zuidelijke en grootste van de tien cru’s. De wijngaarden liggen op de zonnige, steile hellingen van Mont Brouilly, zo’n 485 meter hoog. De bodem van dit vulkanische gebergte bestaat uit het miljoenen jaren oude Dioriet en leisteen (Schist). De wijnen van Côte Brouilly zijn wat voller en rijker dan de wijnen uit Brouilly. Dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat de wijngaarden lekker op de hellingen liggen, terwijl zijn grotere broer het moet doen met de wat zonarmere vlakke dalen. De druiven worden hierdoor rijper, maken meer suikers aan en dat uit zich weer in wat alcoholrijkere wijnen. Zijn bijnaam is dan ook: zwaargewicht. Daarnaast zorgt de Dioriet ervoor dat deze cru een unieke smaak heeft.

Het verschil tussen deze twee cru’s is volgens ons duidelijk te proeven. Beide zijn van goede kwaliteit, maar Côte Brouilly steekt er toch wel duidelijk bovenuit.

Tot slot is het nog wel leuk om te vermelden dat de naam Brouilly mogelijk is afgeleid van een beroemde luitenant uit het Romeinse leger, Brulius, die zich hier aan het begin van onze jaartelling, na zijn diensttijd van 25 jaar, vestigde en op de hellingen druivenstokken aanplantte.

De gedronken wijnen

Wat verder ter sprake kwam

Le Pot Lyonnais

In jaar 1956 herintroduceerde de toen 23-jarige Georges Duboeuf de flessenvorm Le Pot Lyonnais met de inhoudsmaten van 0,5 liter (voorheen 0,46 liter) en later 0,75 liter en 1,5 liter met de kenmerkende dikke glazen bodem van wel 5 centimeter. Deze flessenvorm is volledig verbonden met de geschiedenis van Lyon. In de 16 e eeuw aten de zijdewevers na hun werk hun avondmaal in de Bouchons, zoals de restaurants in Lyon heten. Uiteraard met een lekker glas wijn erbij, waarvan de werkgever per week 0,46 liter gratis ter beschikking stelde aan de wevers.

Aangezien Georges toen nog niet de financiële middelen had, leende hij de benodigde 500.000 francs van Le Père Vermorel, de onofficiële priester en burgemeester van het plaatsje Vaux. Met dit geld liet hij de fles van 0,5 liter maken en patenteren. Iedereen verklaarde hem voor gek, want wie koopt nou zo’n klein flesje. Maar het werd meteen een enorm succes in de restaurants van Lyon.

In 1962 verkocht hij echter de rechten op de Le Pot fles aan Maison Piat, de grootste négociant uit de Beaujolais voor 6.000.000 francs. En met deze opbrengst betaalde hij het geleende geld terug aan Monsieur Vermorel en startte in 1964 zijn eigen bedrijf: Les Vins Georges Duboeuf. De rest is geschiedenis.

Overigens heb je in Maastricht in de wijk ‘Wyck’ een restaurant genaamd Bouchon D’en Face. Vernoemd naar de restaurants in Lyon. Zij hebben een prachtige Franse keuken met als specialiteiten Steak Bearnaise, Steak Tartare en Bouillabaisse. Echt de moeite waard om hier eens te gaan eten.

Wat verder ter sprake kwam